De wereld van het wier
Oesterdief, zeerasp, knotswier, gezaagde zee-eik, Iers mos. De namen van wieren klinken als poëzie. Er groeien wel 285 verschillende soorten zeewier langs onze kust, maar we zijn ons er nauwelijks van bewust. Met Ellen Schoenmakers duik ik, op een heel vroege ochtend van een dag vol bezoeken in Zeeland, in de wereld van het wier.
Ellen leeft tussen en van het wier. Op Neeltje Jans snijdt ze – met vergunning! - zeewier op bestelling. De bestellingen komen van restaurants. Voor particulieren organiseert ze wandelingen, safari’s en kookworkshops door en met zeewier. Ze laat mensen kennismaken met wieren, want wieren zijn voor Ellen wezens, personen. Ze voelen dichtbij. “Ik stel je graag voor aan mijn collega’s”, zegt ze lachend als we de rotsen afdalen, naar het water.
Wieren zijn al 1,5 miljard jaar op aarde. Ze behoren tot de algenfamilie, leven in water en hechten zich aan een rotsachtige bodem. Ellen: “Ze zijn robuust, primitief en heel erg zichzelf.” Mensen ontdekken steeds meer wat er met wieren kan. Wieren zijn voedsel; ze bevatten vitamine B12, calcium en magnesium. Maar ook worden stoffen uit wier gehaald en gebruikt in vlees, tandpasta, bier, cosmetica en medicijnen. Van het restproduct wordt plaatmateriaal gemaakt. Ook wordt wier gebruikt in alginaatpleisters voor mensen die doorligwonden hebben.
Tekst gaat verder onder de foto.

Ellen vertelt dat zij wier snijdt dat hier in het wild groeit, maar dat wier ook steeds meer gekweekt wordt: “Dan worden eigenschappen die ons niet aanstaan, zoals bitterheid en slijmerigheid eruit gehaald. Maar de authenticiteit van wieren verdwijnt met deze eigenschappen. Wieren kunnen zichzelf dan minder goed helen en worden kwetsbaarder.” Dat lijkt me een vorm van verlies. “Is het niet zo dat we daarmee verwoesten wat we ontdekken?” vraag ik. “De zee is een woeste dame,” antwoordt Ellen: “die krijg je niet zomaar klein.”
Ondertussen lopen we over de rotsblokken van Neeltje Jans en langs en over de wieren. Het is eb, dus de wieren liggen plat op de grond. “Het voelt wel heel gek om over jouw collega’s heen te lopen, Ellen!”, zeg ik en precies op dat moment valt het microfoontje dat ik draag van mijn kraag om te verdwijnen in het wier. Dat wordt zoeken... met onze handen tussen het glibberige zeewier en het duurt best even voordat we het vinden.
Tekst gaat verder onder de foto.

Door wat Ellen verteld heeft, vind ik dat ineens een bijzondere ervaring: in het wier krioelt het van leven: kleine insectjes en slakjes kruipen er rond. Ellen: “Nu liggen de wieren plat, maar bij vloed dansen ze in zee en zwemmen er visjes doorheen.” Terwijl ik het microfoontje terugvind, tilt Ellen weer een andere wiersoort op om te laten zien: “Dit is knotswier. Het heet ook wel het ‘paternoster van de zee’. Jij bent toch theoloog? Je zou het als gebedsketting kunnen gebruiken! Het knotswier wordt wel tien tot vijftien jaar oud en kan dertig tot zestig centimeter lang worden. Aan het aantal drijfblaasjes kun je zien hoe oud het is. Je kunt het ook ophangen en drogen en het dan in een voetenbadje doen.”
Ellen kookt ook veel met zeewier. In principe kun je wier op dezelfde manier verwerken als groente. Ze deelt chocolaatjes uit met wakame. “Ik heb het gedroogd op de waslijn. Daarna heb ik het geroosterd in een pan en er poeder van gemaakt.” Het geeft de chocolade een bite die ik nog nooit ergens anders geproefd heb.
De wereld van wier is voor Ellen meer dan een tijdsbesteding of bron van inkomsten. Ze probeert wieren een stem te geven, voor hen te praten. Dat is best lastig, zegt ze: “Ik denk als een mens. Ik probeer me in de wereld van wieren te verplaatsen om wier een stem te geven als zichzelf.” Aan zee komt Ellen ook veel mensen tegen die zich anders gedragen in de natuur. Terwijl we over het wier lopen, zie we hoe twee toeristen een jonge zeehond de zee in jagen door veel te dichtbij te komen. Ellen: “De grootste uitdaging van deze tijd is je te verbinden met iemand die anders denkt of doet.”
Haar hoop in de mensheid is Ellen echter nog niet verloren: “We zijn onszelf gaan zien als een soort die een negatieve impact heeft. Maar we kunnen ook groots en zorgzaam zijn.” De wandelingen die ze organiseert, helpen daarbij: “Als mensen zes uur langs de kust lopen, voelen ze dankbaarheid.” Ondertussen blijft Ellen wier omhooghouden. “Dit is Iers mos, een roodwier. Je kunt er hoestsiroop van maken. Of pudding. Of glijmiddel.” We lachen. Wat een lichte, verfrissende ochtend, met dit bezoek aan Ellen en haar ‘werkgemeenschap’ op Zeeuwse rotsachtige grond.