Naar hoofdinhoud

Grondgebied delen met de wolf

20 juni 2025

In het hart van Nederland, waar de glooiende Veluwe overgaat in boerenland en heidevelden, staat in 2018 een kleine, vastberaden groep mensen op. Ze hebben een duidelijke missie: het beschermen van het evenwicht tussen mens en natuur. Gewapend met een flinke dosis kennis, hoogspanningsdraden, robuuste palen, slimme sensoren en eindeloos geduld, helpen ze veehouders hun vee te beschermen tegen wolven. Jeannet Hulshof, voorzitter van Stichting Wolf Fencing Nederland, is één van hen.  

Wanneer het over wolven gaat, merk ik een soort positieve opwinding in mijn lijf. Ondertussen is het ‘normaal’ dat er in Nederland wolven rondlopen, maar ik heb er nog nooit een gezien, dus het voelt voor mij nog een beetje onwerkelijk. Ik ga Jeannet zo ontmoeten bij de schaapskooi in Heerde. Als ik het terrein op rijd, zie ik een afgerasterd stuk grasland. Er is geen schaap te bekennen. Ook geen wolf. De enige die ik in de verte al zie staan, is Jeannet.  

Jeannet, die in het dagelijks leven biologiedocent is, vertelt me over hoe de wolf, na meer dan een eeuw afwezigheid, zijn pootafdrukken achterliet op Nederlandse bodem. Stil, zonder aankondiging, dook hij her en der op. Niet als indringer, maar als teruggekeerde inheemse soort. Voor sommigen een teken van natuurherstel, voor anderen een bedreiging. Boeren en schapenhouders sloegen alarm. Nachtelijke aanvallen, verscheurde dieren, paniek in de wei. ‘We beschermen onze dieren tegen alles, maar hier hebben we geen verweer tegen,’ klonk het. 

Stichting Wolf Fencing Nederland werd officieel opgericht in maart 2018, vlak nadat duidelijk werd dat wolven zich weer in ons land zouden vestigen. Tot 2022 realiseerden ze zo’n 15 wolfwerende rasters. Daarna moesten ze hun werkzaamheden neerleggen door een tekort aan financiële middelen. ‘Veehouders hebben natuurlijk ook een eigen verantwoordelijkheid en je vee goed beschermen is eigenlijk de enige oplossing tegen de wolf,’ zegt Jeannet. ‘We adviseren en trainen nog wel vrijwillig op locatie, maar zijn gestopt met het plaatsen van hekken. Niet tégen de wolf,’ zegt Jeannet, ‘maar voor de schapen én voor de wolf.’ Want dat is waar het om draait: ‘Wolf Fencing Nederland bouwt geen muren van angst, maar grenzen met verstand’. Ze trainen boeren in het installeren van veilige afrastering, geven voorlichting op scholen en praten met beleidsmakers.  

Het is me ondertussen duidelijk wat de urgentie is. Wolven zijn bijzonder slimme dieren, die net zo lang blijven zoeken naar een zwakke schakel in een hek tot ze die vinden. Daarom staan aangewezen plekken voor wolven hoog op de prioriteitenlijst: ‘Er moet aandacht zijn voor rustgebieden in de natuur. Als die gebieden er niet of te weinig zijn, hebben dieren, waaronder de wolf, geen plek om zich terug te trekken. Daarmee werk je in de hand dat mensen en wolven met elkaar in aanraking komen. Hier ligt een belangrijke taak voor de overheid en beheerders van de natuur.’ 

Ik laat het allemaal eens bezinken. Misschien begint een succesvol samenleven wel bij acceptatie, denk ik: we zullen het grondgebied moeten delen met de wolf, of we het leuk vinden of niet. De vraag lijkt me of we over de wolf willen denken in termen van strijd en macht, of dat we met wijsheid en verstand manieren zoeken waarop we als mensen naast wolven kunnen leven. Immers: wie niet sterk is, moet slim zijn... 

Stichting Wolf Fencing