"Wij zijn lopende monumenten" - slavernij in Zeeland
Bij het Zeeuws Archief, gehuisvest in een statig pand in het centrum van Middelburg, ligt de volledige boekhouding van de Middelburgsche Commercie Compagnie. Deze handelsonderneming was in de 18e en 19e eeuw betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel. In de tuin van het Zeeuws Archief spreek ik Angelique Duijndam, voorzitter van Keti Koti Zeeland. Angelique kwam de afgelopen periode vaak in het nieuws: het monument ter herdenking van de slavernij dat zij op eigen initiatief in Vlissingen plaatste, werd meermaals beklad.
Angelique: “Ik hoor vaak dat slavernij zo lang geleden is, maar ik was pas in Suriname bij de begrafenis van iemand die op een plantage werkte. Voor mij is het helemaal niet lang geleden. Ik wil geen slachtofferrol aannemen of toebedeeld krijgen, maar bewustwording tot stand brengen. Laat huidskleur niet meer de toekomst bepalen. Realiseer je dat er een doorwerking is van slavernij in onze levens nu! Ik wil een goede voormoeder zijn en mijn achterkleinkinderen een toekomst nalaten waarin dingen losgelaten kunnen worden omdat ze besproken zijn.”
Maar vooral alsnog is het nog niet zo ver. Angelique heeft dagelijks te maken met stereotypering: “Minstens één keer per week vraag iemand of hij of zij aan mijn haar mag zitten.” Ook komt ze veel onwetendheid tegen: “Dat mensen bijvoorbeeld beweren dat een brandmerk een statussymbool was. Of zeggen: ‘In Afrika was toch ook slavernij?’ Ja, er was slavernij in sommige delen van Afrika. Maar het was een heel ander systeem, van tijdelijke slavernij. De slaven werden na zeven tot twaalf jaar weer vrijgelaten. Bovendien was de schaal veel kleiner. De trans-Atlantische slavenhandel choqueerde het continent.”
Bewustwording dus. Angelique is er al een tijd mee bezig. Ze zat in de gemeenteraad van Vlissingen, die besloot onderzoek te doen naar het eigen slavernijverleden. In 2021 bood de stad excuses aan. Maar een monument kwam er niet. Angelique: “Dus heb ik zelf een monument laten ontwerpen en ‘s nachts op de boulevard gezet. Als visualisering van de geschiedenis in Zeeland en Vlissingen.” Het monument stond achter een muurtje, zodat mensen zelf konden bepalen of ze klaar waren om het te zien en erover na te denken. Angelique: “Er stonden druppels op die de zee, zweet en tranen symboliseerden. En er was een kom: een doopvont of een kom die bij Surinaamse rituelen gebruikt wordt. Het goud en aluminium waarvan het gemaakt was stonden voor grondstoffen die Europa zelf niet heeft. Er zat een ketting aan de kom vast en deze was gevuld met water. Het rinkelen van de ketting was het laatste dat slaven hoorden voor ze vertrokken.” De gemeente tolereerde het monument aanvankelijk, maar het werd in twee weken drie keer beklad. Daarna heeft de gemeente het monument weggehaald. Verontwaardigd: “Op de boulevard staan trouwens wel vier kanonnen, afkomstig van slavenschepen. Die zijn eerder illegaal geplaatst, maar in een APV uit 2019 (30 jaar na dato) officieel gemaakt, als ‘onderdeel van ons verleden’. Ik wil niet Michiel de Ruyter van z’n sokkel trekken, maar wel graag een bordje extra. Hij zorgde voor voortduring van de trans-Atlantische slavernij.” Overigens zijn er niet alleen statische monumenten die aan de slavernij herinneren: “Wij zwarte mensen zijn zelf lopende monumenten.”
Ondertussen is Angelique zelf plantage-eigenaar: “Ik heb een eigen plantage, La Prosperité, in Para in Suriname. Tussen 1863 en 1873 werkten dertien families daar gratis voor de eigenaren. Alleen de opbrengst van het werk dat zij op zondag deden, mochten deze families houden. Ze hebben geld gespaard en uiteindelijk met elkaar de plantage gekocht. Ik ben een nazaat van een van deze families. De plantage is mijn zekerheid. Als het hier in Nederland echt niet meer te harden is, dan kan ik daar wonen met mijn familie.”
Maar dat is niet Angeliques ideaal. Ze hoopt op daadwerkelijke dialoog. Op aandacht voor de geschiedenis van slavernij en voor hoe dat doorwerkt in het hier en nu. Zwarte en witte mensen beleven het verleden en heden verschillend. Angelique: “We hebben geen gedeeld verleden, maar wel een gezamenlijk verleden. En er is een gezamenlijke toekomst.” Dat laatste wil ik graag geloven. Maar, wetend dat het slavernijmonument niet op de boulevard staat, denk ik: voor die gezamenlijke toekomst is dan wel precies het omgekeerde nodig op de Nederlandse grond. Dat moet dan niet alleen gezamenlijke grond zijn, maar gedeelde grond.