Naar hoofdinhoud

Bollenbaas

10 juli 2025

Ik houd van bloembollen. Het is bijzonder om te zien dat er uit zo’n onooglijk bolletje – waarvan je was vergeten dat je het in de grond had gestopt – een paar maanden later een plant met een prachtige bloem groeit. De bollenteelt staat echter bekend om het veelvuldige gebruik van bestrijdingsmiddelen. Maar het kán anders. Daarom ga ik in Sint Maartensvlotbrug, boven in de provincie Noord-Holland, op bezoek bij John Huiberts, die het biologisch telen van bloembollen onder de knie kreeg. 

Op zijn bedrijf aangekomen is het een drukte van belang. Ik leer gelijk allemaal nieuwe woorden. Er is net een landbouwkipper aangekomen die de bollen in de stortbunker laadt. Van daar gaan ze op de lopende band en worden ze ontdaan van de grootste klompen zand. Even later zie ik hoe schudmachines de bollen naar grootte sorteren. Ze vallen door een schokraam met gaten van verschillende grootte. De kwaliteit wordt door mensen beoordeeld. John: “Een bol is net een ei, heel kwetsbaar. We proberen ze dus zo kort mogelijk te bibberen.”  

John teelt al sinds zijn veertiende bloembollen. Eerst op de traditionele manier. Zijn vader had een melkveebedrijf, maar toen deze een ongeluk kreeg, had John (die toen dertien was) aan die paar weken koeien melken genoeg om het niet langer te willen.  Ze gingen in de bollen. In eerste instantie ging dat goed, maar ze kregen steeds meer last van grondgebonden ziektes: “We hebben alles geprobeerd om het weg te krijgen. Ik ging op een cursus en toen zijn we gaan meten: helemaal geen schimmels in de grond, heel eenzijdige bacteriën. Daarom krijg je dus die aaltjes. We moeten stoppen met ploegen, altijd wortels in de grond houden, stoppen met spuiten, geen kunstmest gebruiken. Dat waren nou net de vier dingen waar we supergoed in waren! Zo hadden we het geleerd.” 

Johns vrouw hakte de knoop door om biologisch te gaan telen. Ze vroegen een certificaat aan en kregen een keurmerk. Maar hoe krijg je dán de bladluis onder controle, vraag ik me af. John: “Dan moet je een akkerrandje hebben en een rustgewas. De bodem is een en al eiwit. Daar groeien planten van. Dus we zochten een gewas, geen bollenteelt; we telen bonen in combinatie met graan. Die bonen groeien zo hard dat onkruid geen kans heeft. Schimmels houden onkruid tegen en zij maken het eten klaar voor het gewas. Het werkt.” Het bedrijf werkt zo veel mogelijk circulair: de bonen gaan naar een melkveehouder, de mest komt terug.  

Tekst gaat verder onder de foto.

John is een optimistische man, maar de omslag van regulier naar biologisch ging niet vanzelf. “Hoe hield je vertrouwen?” vraag ik hem. John is een nuchtere Noord-Hollander: “Dat weet ik niet. Maar ik deed het gelukkig samen met mijn vrouw. Dit kun je niet in je eentje.” 

We lopen door het veld. Langs de bloemenrand en de bonen. De rest van het veld is vrij leeg, de bollen zijn al uit de grond gehaald. John vertelt dat hij allerlei machines heeft ontworpen om zonder bestrijdingsmiddelen bollen te kunnen telen. “Dat deed ik samen met een vriend. Dan drinken we eerst samen een biertje om tot goede ideeën te komen.” John zaait de bollen in oktober. Wanneer deze hun kop boven de grond uitsteken, komt ook het onkruid op. “Maar,” zo zegt hij: “de bol moet de baas worden over het land.” Hij maakte een machine die het onkruid afsnijdt. Dat wordt tot mulch gemaakt en weer uitgereden als meststof. 

Ons gesprek komt op de bloembollensector. Er zijn maar weinig biologisch geteelde bollen. Van het systeem moeten we het dus niet hebben, als er een verandering ingezet moet worden. “Waar moet deze verandering dan beginnen?” vraag ik John. Hij is snel met zijn antwoord: “Bij de koper. Als die om biologisch vraagt, gaan boeren dat telen.” Maar creëert het aanbod niet ook een vraag? Al die goedkope bollen die overal worden aangeboden... “Hoe ziet de bollenteelt er over 15 jaar uit?” “Uiteindelijk zal niet-biologisch niet meer kunnen. Maar de overheid pakt het nu verkeerd aan. Straffen helpt niet, je moet mensen belonen. Maar als je spullen van goede kwaliteit hebt, heb je er minder van nodig.” 

Kortgeleden heeft John het bedrijf verkocht. Na 50 jaar bollen telen is hij er klaar mee. Hij adviseert nu andere bedrijven over de overstap naar biologisch. Een opvolger diende zich op wonderbaarlijke wijze aan: “Hij meldde zichzelf. Ik dacht dat het niets zou worden. Zijn moeder is nog een nicht van me ook. Dit soort dingen moet je niet met familie willen doen. Maar hij had een plan en het werkt goed. Hij denkt hetzelfde als ik. Je moet dingen op je eigen manier willen doen.”  

Hij is al net als ik. Als Theoloog der Nederlanden wilde ik de dingen ook op mijn eigen manier doen. Ik vind het belangrijk dat theologie zich met materie bezighoudt, daarom richtte ik me een jaar lang op de grond waarop we vaak zo achteloos onze voeten neerzetten. Ik deed dat met een reis die me door heel Nederland voerde en verzamelde verhalen over bloembollen en mijnen, kwelders en vlas. Op de meest bijzondere plekken, mensen en verhalen uit deze grondreis werp ik een theologisch blik in een boekje dat najaar 2026 bij Uitgeverij Ten Have verschijnt. 

Biobollen