Naar hoofdinhoud

In de Wieringer bonen

10 juli 2025

Wanneer ik uit de auto stap, zie ik de dijk liggen. Daarachter ligt de Waddenzee. Het is zonnig, de schapen grazen op de dijk. Senioren snorren langs op hun elektrische fietsen. Kortom: wie uitstapt op Wieringen voelt zich meteen als op vakantie. Maar ik ga aan het werk, vandaag ga ik op het Wieringereiland op zoek naar een bijzondere bonensoort: het Wieringer boontje. 

Bij Wieringer Eilandmuseum Jan Lont kunnen ze me alles over deze boon vertellen. Ik ontmoet er André en Jan, beiden vrijwilliger in het museum. Het museum is een oude boerderij, die in 2005 in originele staat is teruggebracht. Het laat het leven van boeren, burgers en vissers op Wieringen zien. Op Wieringen, want Wieringen was een eiland totdat in 1924 de Amsteldiepdijk wordt aangelegd. 

In de moestuin van het museum groeit – naast andere vergeten groenten – de Wieringer boon. Een boon met een lange geschiedenis. Oorspronkelijk komt de boon uit Mexico. Schepen van de West-Indische Compagnie namen de boon mee naar Europa. Bonen waren belangrijk voedsel op schepen: je kon ze lang bewaren en ze waren voedzaam. Met al hun eiwitten konden bonen dienen als vervanger voor vlees, waar op de schepen een tekort aan was. De grote WIC-schepen kwamen via Texel en Den Helder Nederland binnen en zo belandde de boon ook op Wieringen, waar men hem ging verbouwen. Jan: “In de loop van de tijd is de Wieringer boon hier vervangen door de bruine boon. Op Wieringen is de boon daarna verloren gegaan.” 

Tekst gaat verder onder de foto.

Totdat de Wieringer boon een aantal jaar geleden nieuw leven kreeg ingeblazen. Wieringers hadden de boon meegenomen toen zij naar de Verenigde Staten migreerden, waar hij nog steeds geteeld wordt. Nu is de boon weer terug op Wieringen. Aan de plant in de tuin van het museum hangen nog maar hele kleine peultjes, maar gelukkig hebben André en Jan een bakje gedroogde bonen klaargezet. De Wieringer boon is wit, met een bruine vlek rond de navel. Deze bonen eet je met spek, of je maakt er bonensoep van. 

We praten verder over Wieringen. Ik vind het toch een bijzonder idee dat we hier op een voormalig eiland zitten. Behalve dat het land iets hoger ligt, is daar namelijk weinig van te zien. Het hele land rondom het voormalige eiland is ingepolderd.  André legt uit dat Wieringen een keileembult is, net als bijvoorbeeld Urk en Schokland. “Is er iets dat de Wieringers typeert?” vraag ik. Andre: “Het is een kleine en hechte gemeenschap. Er is een Wierings dialect, nog enkele ouderen spreken dat. En er is veel eensgezindheid.” Jan, niet geboren op Wieringen, maar daar wel al zestig jaar woonachtig, merkt wel op dat dat natuurlijk ook een keerzijde heeft: “Er wordt veel gezwegen.” 

Ik neem afscheid van Jan en André en reis door naar het huis van Sandra, een paar straten verderop. Zij heeft achter haar rijtjeshuis een moestuin waarin ze Wieringer bonen verbouwt. Over haar moestuin (en haar kippen!) maakt ze vlogs. In Sandra’s tuin moet je goed kijken waar je kunt lopen: overal staan moestuinbakken en potten. Soms groeien de planten zelfs tussen de tegels door. Sandra: “De kippen eten het onkruid weg, de rest laat ik lekker groeien.” Voorzichtig zoeken we onze weg door het groen. Ooit begon Sandra om gezondheidsredenen zelf groente te kweken en gaandeweg merkte ze dat deze groenten veel lekkerder zijn. Ze heeft bieten, venkel, komkommerkruid, tomaten en kolen, maar ook verschillende soorten munt, echinacea en citroenmelisse. En Wieringer bonen dus. 

Tekst gaat verder onder de foto.

We lopen naar de moestuinbak met de befaamde bonen. Dit is niet het eerste jaar dat Sandra het probeert, maar wel het eerste jaar dat ze ook daadwerkelijk bonen aan de plant krijgt. Ze heeft ze nog nooit gegeten. “Waarom wilde je deze bonen kweken?” vraag ik haar. “Ze zijn echt Wierings. Ik ben hier geboren en getogen. Dat is de belangrijkste reden.”  

Voor Sandra zit er aan het telen van groenten ook een levensbeschouwelijke component: “Ik geloof in een schepper, want hoe komt dit alles er anders?” Ik geloof niet in de Bijbel, maar wel een leven hierna. De boom, die de tuin voorziet van schaduw, noemt ze ‘bijna mijn vriend.’ Het liefst zou ze zelfvoorzienend leven. Tot het zo ver is, heeft ze andere wensen: een wormentoren, een composthoop. Maar ze heeft een gebrek aan grond: “Ik wil het allemaal, maar ik weet niet waar.” 

Wieringer boon bij het museum
Dörrepse Moestuin